Het Nieuwe Leren: sociale media in het onderwijs

Opgroeien in een digitale wereld
Vandaag hoorde ik het weer. “Ik heb het wel geprobeerd, maar ik heb gewoon niets te melden”. Deze uitspraak viel tijdens het koffierondje voorafgaand aan de 2e competitiedag. We waren te gast in Winterswijk en ik viel in voor iemand binnen mijn tennisteam. Al mijn teamgenoten zijn veel ouder dan ik en hebben kinderen van 10 jaar en ouder. “Ik heb drie vrienden op Facebook”, meldde iemand. Daarop vroeg een ander teamgenoot of dat z’n drie kinderen waren. Hard lachend bevestigde hij dit. “Jongeren zijn gewoon exhibitionistisch”. Aan tafel was men het met elkaar eens. Het was niets voor hen. “Je gaat toch niet hele conversaties publiekelijk voeren?” Ik hield wijselijk m’n mond. Je zou er je werk maar van gemaakt hebben!

Het is een bekend verschijnsel. Ouders die hun kinderen niet snappen. Elke keer weer ontstaat er een generatiekloof. Het lijkt onvermijdelijk, helemaal in een snel veranderend medialandschap. Voor de een is zaterdag met een krantje en een lekkere bak koffie het ultieme relaxmoment, terwijl de ander het liefst met laptop/ipad op schoot en smartphone binnen handbereik naar The Voice of Holland kijkt. Gisteren hoorde ik een moeder van een 13- jarige puber nog zeggen dan ze haar zoon verplichtte om na het eten 10 minuten te blijven zitten en een verhaal te vertellen. Hij was een jongen van weinig woorden, aan tafel ten minste. De rest van de dag was hij continu met zijn telefoon berichten aan het sturen naar vrienden. “Ja, hij is flink aan het puberen”.

Wim Veen schrijft in zijn boek Homo Zappiens (uit 2009) over het nieuwe gedrag van jongeren, met als doel het ‘ADHD- gedrag’ vanuit een ander perspectief te bezien. Namelijk vanuit een nieuwe wereld die andere competenties vraagt van mensen, dan dat wij gewend zijn. Ouders klagen vaak over het zogenaamde gebrek aan concentratievermogen en discipline op school, terwijl kinderen wel uren achtereen computergames kunnen spelen. Het boek van Wim Veen beschrijft een tiental kenmerken van de nieuwe generatie:

  1. Technologie als tweede huid: niet de techniek schrijft voor wat jongeren er mee moeten doen, dat bepalen ze zelf. Het adopteren en gebruiken van technologie is nauwelijks nog een bewust proces. Het gaat er niet om de techniek te begrijpen, maar om het te gebruiken. Het apparaat moet gewoon werken, en anders is het #fail.
  2. Tweewegcommunicatie en interactiviteit: jongeren voeren zelf de regie over welke informatie ze op welk moment en waar tot zich nemen.
  3. Communicatie in beelden: media met een rijkere stroom aan informatie krijgen de voorkeur boven media met slechts tekst.
  4. Meerdere identiteiten: mede door computergames leren jongeren te experimenteren met verschillende rollen binnen verschillende contexten. Dit vertaalt zich door naar online identiteiten op sociale netwerksites. Met updates laten ze zien wie ze zijn, onderhouden verschillende ‘groepen’ vrienden op een andere manier. In online rollenspellen leren ze zichzelf kennen.
  5. Altijd wel een netwerk: voor jongeren is er nauwelijks verschil in waarde tussen fysieke en virtuele interactie. Via hun netwerk krijgen ze direct antwoord op vragen.
  6. Vertrouwen door interactie: met het personaliseren van producten (profielen) heeft de jongere de regie in handen. Al experimenterend en ontdekkend doorgronden ze zaken (zoals games), zijn ze bedreven geworden in het herkennen van keuzemogelijkheden en bekijken ze deze kritisch. Het zijn veeleisende consumenten.
  7. Informatie zappen: jongeren zijn in staat zich te focussen op wat er voor hen op dat moment belangrijk is, doordat ze informatie scannen en deze direct beoordelen op relevantie.
  8. Ongeduld en discipline: jongeren verwachten onmiddellijk feedback of beloning op hun acties, zoals ze gewend zijn van Google en Facebook. Ze hebben moeite met lineair denken, brengen liever zelf volgorde aan.
  9. Ontspannen geïnteresseerd: jongeren zijn intrinsiek gemotiveerd voor heel veel zaken die er toe doen. Ze vinden het belangrijk dat een merk goed is voor mens en milieu. Ze willen zich best ergens voor inzetten (een goed doel bijvoorbeeld), maar wel op hun termen. Ze kiezen zelf waar ze hun interesse aan geven.
  10. Delen en samenwerken: jongeren wisselen continu informatie uit. Ze delen, kopiëren en produceren zelf, wat leidt tot nieuwe vormen van samenwerking.

Jongeren ontwikkelen zodoende nieuwe competenties en vaardigheden die ze in staat stellen beter te functioneren in de huidige, gedigitaliseerde maatschappij. Oude competenties als reproduceren en concentreren verdwijnen naar de achtergrond. Dat jongeren zomaar van alles op internet slingeren, is een oordeel geveld vanuit een verouderd paradigma (privacy). Ze zijn juist heel bewust bezig met hun imago, zoals een artikel over trends in Kids- en jongerenmarketing ook beschrijft. Tevens wordt hierin het beeld gegeven van jongeren die digitaal bekwaam zijn, maar zichzelf overschatten als het gaat om online capaciteiten. Opvoeders en ook docenten kunnen daarin een belangrijke rol vervullen. Uit een discussie binnen de LinkedIn groep Netwerk onderwijsinnovatie blijkt dat een groot deel van de leerlingen nog niet zo mediawijs is, als we zouden verwachten. Docenten kunnen hun kennis en kunde van didactiek en pedagogie gebruiken om leerlingen te laten werken aan hun competenties. Het Nieuwe Leren gaat over het slim toepassen van sociale media in het curriculum.

In dit kader ontwikkelde ik samen met een vakgenoot en gastdocent Pieter Verhage een product genaamd “Nieuwe Meesters” voor integratie van sociale media in het onderwijs. Hierbij onderscheiden we vier kwadranten die elk vragen om een eigen aanpak:

  • Bestuur, directie & management: het effectief inzetten van nieuwe kanalen om de communicatie met leerlingen/studenten, docenten en ouders te verbeteren en in goede banen te leiden.
  • Team: de nieuwe ruimte van internet in pedagogische zin kennen en het toevoegen van nieuwe leerdoelen aan het curriculum.
  • Leerlingen: het verantwoord gebruiken van media, het inzetten van nieuwe kanalen binnen projecten zodanig dat het toegevoegde waarde oplevert.
  • Ouders/opvoeders: weten wat wel en wat niet goed is voor de ontwikkeling van het kind, hoe de school hiermee omgaat en ervoor zorgt dat het kind voldoende weerbaar is om veilig te kunnen internetten.

Het model staat online op: Coopkracht.net/NieuweMeesters

Ik ben erg benieuwd naar ervaringen van ouders en docenten met Het Nieuwe Leren. Hoe kijken jullie tegen dit onderwerp aan? Is het beschrevene herkenbaar? Waar zouden scholen mee moeten beginnen?


Andere interessante artikelen/websites:

Social media tools in het onderwijs (Frankwatching)

Lente in het onderwijs

email
  • Share on Tumblr

Reacties zijn gesloten.

Recente projecten

  • crv

    Online marketing CRV

    CRV (Coöperatieve RundveeVerbeteringsorganisatie)

  • Peeze uitgelicht

    Online marketingstrategie 2015

    Koffiebranderij Peeze

  • Circulus-Berkel-uitgelicht

    Ontwikkeling nieuwe website

    Circulus-Berkel

  • Click met online marketing

    Click met online marketing

    Educatieve uitgever Edu’Actief

Lees wat anderen over mij zeggen